De geschiedenis van de wenskaart

Het is tegenwoordig heel gewoon om bij iedere heugelijke gebeurtenis een wenskaart te versturen. Dat is niet altijd zo geweest. Deze traditie kwam pas op gang rond 1900. In 1871 werd bij Koninklijk besluit de briefkaart ingevoerd. De toenmalige PTT kreeg het monopolie van uitgifte, maar maakte alleen standaard briefkaarten zonder afbeelding, met de frankeerzegel er al op gedrukt. Wie een kaart wilde maken met een wens of plaatje, moest eerst zo'n briefkaart kopen. In 1873 was kantoorboekhandel Koster in Amsterdam de eerste die kaarten met een rijmpje verkocht en in 1883 ook de eerste die een illustratie op de beeldzijde liet drukken. De PTT noemde die "geïllustreerde briefkaarten" ansichtkaarten, in navolging van een term uit Duitsland, waar de opmars van de prentbriefkaart al eerder begonnen was. De eerste geïllustreerde kaarten waren wenskaarten voor het nieuwe jaar, meestal met vrome plaatjes en -teksten. Menige dominee had er een aardige bijverdienste aan. Zo maakte de vermaarde dominee en dichter Ten Kate zo'n 200 nieuwjaarswensen per jaar! Daarna kwamen de topografische kaarten die dorpen, steden en gebouwen lieten zien. Ze gingen grif van de hand. Nadat de PTT in 1892 haar monopoliepositie verloor, was het hek van de dam. De ene na de andere uitgever stortte zich op de nieuwe markt. Er verschenen kaarten met afbeeldingen van politieke gebeurtenissen, natuurrampen, toeristische attracties, beroemde personen, dieren, getekende moppen en wat al niet meer. Maar laten we vooral niet vergeten waar het versturen van een wenskaart eigenlijk om gaat: om een ander te laten weten dat je aan hem of haar denkt en het allerbeste toewenst.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten